Toen mijn dochter voor het eerst naar de basisschool mocht, ging ik vol vertrouwen deze fase in. Ze had er zo’n zin in, deed het altijd al fantastisch op de opvang, dus ik ging er vanuit dat het appeltje eitje zou zijn. Helaas bleek dit al snel minder waar.

De eerste dag was natuurlijk wat onwennig alleen de dagen erna ging het eigenlijk steeds slechter. Het afscheidsritueel werd stelselmatig gerekt. “Mama nog een kusje”, “Mama nog ééééén knuffeltje”, “Mama mag ik nog even op schoot?” kwam dagelijks terug en bij het vertrek kwamen daar dan ineens ook de tranen bij. Waar kwam dit nou vandaan? Die had ik even niet zien aankomen.

De juf gaf me telkens terug dat het echt onzin was. Ze deed het prima op school, was een blij kind dus het huilen was echt overdreven en onnodig. Dus bij het brengen werd ook nog regelmatig de opmerking gemaakt naar haar dat ze maar gewoon moest gaan zitten en stoppen met huilen.
Na ruim 5 weken was het nog niet over, eigenlijk werd het afscheid alleen maar moeilijker voor zowel haar als voor mijzelf.

Mijn moederhart had het zwaar! Ik vond het vreselijk om haar zo achter te laten. Ik kon het niet rijmen met hoe ze het jaar ervoor naar de opvang ging, dus snapte er werkelijk niets van en voelde me zo onmachtig. Wat kon ik doen om haar te helpen. De juf zei dat het echt niet nodig was, alleen zeggen dat ze zich aanstelde voelde ook niet oké. Ook had ik allerlei stemmen in mijn hoofd die me wezen op de oordelen die andere ouders en leerkrachten wellicht hadden op deze situatie. Toch voelde ik in alles dat ik haar niet wilde straffen hiervoor door haar gedrag af te keuren hoewel ik wel het gevoel had dat dat van me gevraagd werd.

Tot ik op een dag bij mijn toenmalige coach deze situatie inbracht. We bekeken de situatie van alle kanten, die van de juf, die van mijn dochter, die van mezelf en die van alle anderen eromheen. Ook gingen we alle overtuigingen na die ik had over deze situatie. Op basis daarvan heb ik zelf een plan gemaakt hoe ik dacht dat ik er het beste mee om kon gaan. Een manier die past bij wie ik ben, waar ik in geloof en wat ik voel en daarnaast de manier die past bij wat ik denk dat dat is wat mijn dochter nodig heeft in deze situatie.

De dag erna vertelde ik, vol overtuiging, aan de juf hoe ik het ging aanpakken en wat ik van haar verwachtte. Kort gezegd kwam het er op neer: Mijn dochter mag het afscheid lastig vinden, ze mag huilen dat is allemaal oke en als ze het fijn is mag ze naast de juf gaan zitten. De juf hoeft er dus alleen maar te zijn. Met mijn dochter maakte ik de afspraak dat ze in de klas zelf haar plekje kiest, ze dan 1 kus en 1 knuffel krijgt en dat ik dan de klas uit loop en bij de deur nog een keer zwaai. Daarna kom ik niet meer terug. Als ze het lastig vindt mag dat, als ze wil huilen mag dat en als ze het fijn vind mag ze naar de juf gaan. Ze mag alleen niet meer naar mij toe komen, want de school is dan begonnen. We spraken af dat we het vanaf dan zo zouden aanpakken.

De dag erna herhaalde ik nogmaals wat we hadden afgesproken voordat we de school inliepen en mijn dochter zei alleen “oke mama”. Ze liep vol vertrouwen de klas in, koos een plekje, gaf een kus en knuffel, zwaaide toen ik bij de deur was en haalde een keer diep adem. Daarna zag ik haar omdraaien naar een vriendinnetje en begon te kletsen. En zo simpel bleek het te zijn!

Het feit dat ik koos vanuit verbinding met mezelf en mijn dochter hoe we het zouden aanpakken en dat ik er voor koos dat alle gevoelens oké waren, was de sleutel tot het loslaten. Ze mocht er zijn, precies zoals ze was!